En weer mag u uw pensioenregeling aanpassen

19

at we allemaal ouder worden is inmiddels geen nieuws meer. Dat ouder worden is natuurlijk leuk maar als werkgever levert u dat nog meer admini-stratieve rompslomp op. De verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd gaat per 1 januari 2022 omhoog naar 67 jaar en 3 maanden. Hier hoeft u niets voor te doen. Uw werknemers blijven automatisch wat langer in dienst.

Waar u waarschijnlijk wel actie op moet ondernemen is de verhoging van de pensioenrichtleeftijd voor pensioenregelingen. Deze leeftijd, waarmee wordt gerekend als pensioendatum, gaat al per 1 januari 2018 omhoog van 67 naar 68 jaar. En dat heeft gevolgen voor de werkgever en de werknemers.

De verhoging van de pensioenrichtleeftijd naar 68 jaar betekent dat u in ieder geval uw pensioenregeling nu tegen het licht zal moeten houden. Het kan ook betekenen dat uw regeling dit jaar (opnieuw) moet worden aangepast omdat bijvoorbeeld de fiscaal maximale premiestaffels dalen.

Een wijziging in de fiscale wet- en regelgeving, zoals de verhoging van de pensioenrichtleeftijd, werkt in beginsel niet dwingend door in de pensioenafspraken tussen u en uw werknemers. Om de pensioenrichtleeftijd in uw pensioenregeling te kunnen verhogen heeft u veelal instemming nodig van uw medewerkers en/of ondernemingsraad/personeelsvertegenwoordiging. Het is dus verstandig om snel met dat proces te beginnen omdat met dit soort wijzigingen vaak veel tijd is gemoeid. Wacht daarmee niet te lang want 1 januari 2018 is een harde deadline.

Voor de werknemers heeft de verhoging van de richtleeftijd ook gevolgen. De verhoging kan het ‘pensioengat’ vergroten als gevolg van het grotere verschil tussen de AOW-gerechtigde leeftijd en de pensioenleeftijd. Naar huidig recht ontstaat een ‘pensioengat’ van maximaal 15 maanden (AOW-ingang in 2017 op 65 jaar en 9 maanden, pensioenrichtleeftijd 67 jaar). Met de verhoging van de pensioenrichtleeftijd per 1 januari 2018 wordt het ‘pensioengat’ vergroot naar maximaal 24 maanden (AOW-ingang in 2018 op 66 jaar, pensioenrichtleeftijd 68 jaar).

Aanpassing door de werkgever van de in de arbeidsovereenkomst opgenomen ontslagdatum óf het door de werknemer vervroegen van de pensioeningangsdatum van de pensioenregeling zijn mogelijke oplossingen om het ‘pensioengat’ te verkleinen.

En dan hebben we nog de pensioenuitvoerders. Die moeten de verhoging van de pensioenrichtleeftijd verwerken in hun administratieve systemen. En daar ligt de volgende uitdaging. De aanpassing van de pensioenrichtleeftijd betekent niet alleen dat bij de toekomstige pensioenopbouw rekening moet worden gehouden met de hogere pensioenrichtleeftijd, maar ook dat een keuze gemaakt moet worden ten aanzien van de reeds opgebouwde pensioenen. Worden deze omgezet naar de nieuwe pensioenrichtleeftijd van 68 jaar of gaan deze op een eerdere datum in zoals deze in het verleden gold? Met de aanpassing kunnen de werknemers zomaar steeds een beetje (extra) pensioen krijgen op 60, 62, 65, 67 en 68 jaar. Nu maar afwachten of er dan ook vijf afscheidsfeestjes gevierd gaan worden…

Deel dit artikel: