Overig

‘Barendrechters buigen bedreigingen om in kansen’

264

In zijn 6,5 jaar als burgemeester van Barendrecht heeft Jan van Belzen zich nog geen moment verveeld. In de stad is dan ook eigenlijk altijd wel iets te beleven. Rijnmond Business blikt met de burgervader terug én kijkt vooruit.

Gevraagd naar highlights hoeft Van Belzen niet lang na te denken. “De afronding van het spoorbundelproject in 2007 schiet me als eerste te binnen. In eerste instantie werd er door de lokale bevolking niet positief tegenaan gekeken. Bedrijven en woningen moesten worden gesloopt en verplaatst en dat zorgde voor onvrede. Als ludiek protest werd zelfs een olifant op het Haagse Binnenhof gestald. Maar uiteindelijk kregen veel Barendrechters steeds meer begrip voor de plannen. En belangrijker nog: wat eerst gezien werd als een bedreiging, werd later aangepakt als een kans.” Door Barendrecht loopt een bundeling van 9 sporen: twee voor de HSL-Zuid, drie goederensporen voor de combinatie Betuweroute en goederenlijn Kijfhoek – IJsselmonde, en vier sporen voor de spoorlijn Rotterdam – Dordrecht, met station Barendrecht. “Om de visuele en geluidsoverlast te verminderen, is over de lengte van 1,5 kilometer spoor een overkapping geplaatst. Op de kap is een dakpark aangelegd met wandelpaden voor recreatie en daarnaast een groot parkeerterrein. De perceptie ten aanzien van het project kwam hiermee in een ander daglicht te staan. Men zag het zonniger en veiliger in.”

Over het plan om lege gasvelden onder Barendrecht als CO2-opslag te gaan gebruiken, was de publieke opinie onder de lokale bevolking echter onvermurwbaar: dit idee zou niet tot uitvoer moeten komen. De gemeenteraad en het college waren dezelfde mening toegedaan. “Het heeft veel bestuurlijke inzet gevergd om de plannen te dwarsbomen. Gelukkig uiteindelijk met het gewenste resultaat. Na de aanstelling van het kabinet-Rutte besloot minister Verhagen (Economische Zaken, Landbouw en Innivatie) in november 2010 om een streep door het project te halen vanwege het gebrek aan draagvlak binnen de gemeente.”

Het te ontwikkelen bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard moet naast een boost voor met name de AGF-sector een ‘parel van duurzaamheid’ worden. “Want op dat gebied valt in Barendrecht nog winst te behalen. Veel ondernemers zijn er nog niet voldoende van doordrongen dat duurzaamheid niet alleen goed is voor het milieu, maar ook geld oplevert. Het is op zoveel manieren toepasbaar binnen de economie, dus die boodschap moeten we ook als gemeente meer ventileren.” Nieuw Reijerwaard moet hierin een voortrekkersrol vervullen en als voorbeeld dienen voor andere gemeenten. “Duurzame initiatieven zijn bijvoorbeeld het op eigen terrein verwerken van alle afval en het toepassen van energieneutrale oplossingen.” Binnen de groeigemeente (een derde van de bevolking is jonger dan 24 jaar) doet Van Belzen er alles aan om de economische dynamiek vast te houden en de inwoners te boeien en te binden. “Samenwerking is ook juist voor de economie van groot belang. Barendrecht ligt op een prachtige locatie. Als het goed gaat met de economie in deze regio, zet zich dat landelijk door.”

Als Van Belzen vijf jaar vooruit kijkt, ziet hij een gemeente voor zich met tegen die tijd 50.000 inwoners. “Daarnaast zal dan Nieuw Reijerwaard voor een deel zijn uitgegeven, is er een groene buffer aan de zuidrand waar men heerlijk kan recreëren, is de agro-sector nog steeds booming en heeft Barendrecht met haar continuïteit en stabiliteit nog steeds een grote aantrekkingskracht op de inwoners.” De burgemeester besluit: “Toen ik hier net werkte, publiceerde Elsevier een artikel over Barendrecht als gespleten dorp. Daar blijft steeds minder van over. Het centrum en Carnisselande gaan op allerlei fronten steeds meer in elkaar op. Van twee gescheiden werelden is geen sprake meer. De scherpe kantjes zijn er al lang vanaf.”