Overig

Wat zijn de gevolgen voor uw regeling?

615

Er is de laatste jaren langdurig door werkgevers en werknemers gesproken over een pensioenakkoord. Nadat het akkoord in 2011 tot stand was gekomen, heeft het kabinet zich bereid verklaard dit akkoord over te nemen. De politieke ontwikkelingen zijn de laatste weken echter snel gegaan en van het pensioenakkoord lijkt nog maar weinig te zijn overgebleven. De voornemens zoals die momenteel zijn opgenomen in het stabiliteitsprogramma leiden tot aanzienlijk verdergaande maatregelen dan hetgeen in het pensioenakkoord was overeengekomen. Omdat u als werkgever binnenkort met de effecten van deze besluitvorming te maken kunt gaan krijgen, willen wij u alvast informeren over de belangrijkste onderdelen:

–  De AOW-leeftijd gaat niet vanaf 2020 naar 66 jaar, maar gaat van 2013 tot en met  2015 jaarlijks met één maand omhoog, vervolgens gaat deze in de jaren 2016 tot en met 2018 jaarlijks met twee maanden omhoog. Vanaf 2019 gaat hij jaarlijks met drie maanden omhoog. In 2023 is de AOW-leeftijd dan 67 jaar. In de jaren daarna zal hij worden gekoppeld aan de ontwikkeling van de gemiddelde levensverwachting;

–  De fiscaal toegestane pensioenleeftijd gaat per 2014 omhoog naar 67 jaar én de fiscaal maximale opbouwpercentages gaan vanaf die datum met 0,10% omlaag;

AOW

In de nieuwe plannen zal de AOW al op 1 januari 2013 met 1 maand omhoog gaan. In de jaren daarna zal de AOW-leeftijd geleidelijk stijgen totdat in 2019 de ingangsleeftijd is verhoogd naar 66 jaar. Vervolgens zal in gelijke stappen de verhoging worden voortgezet naar een leeftijd van 67 jaar in 2023. Daarna zal een verdere stijging van de AOW-leeftijd worden gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting.

Pensioen werknemers

De gevolgen voor het pensioen van werknemers zijn echter ingrijpender dan de gevolgen voor de AOW. De ruimte die de fiscale wetgeving biedt voor opbouw van pensioenaanspraken wordt immers verder ingeperkt dan was overeengekomen in het pensioenakkoord. In het pensioenakkoord was enkel een verhoging van de pensioenrichtleeftijd van 65 naar 67 jaar per 1 januari 2014 opgenomen. Men is nu voornemens de toegestane jaarlijkse opbouwpercentages (2% voor eindloon en 2,25% voor middelloon) met 0,10% te verlagen. De ruimte voor beschikbare premieregelingen zal naar evenredigheid worden verlaagd. In de plannen is geen rekening gehouden met een overgangsregeling. Voor alle werknemers zal de pensioenregeling op 1 januari 2014 moeten voldoen aan de nieuwe voorschriften. Dit leidt ertoe dat meeste pensioenregelingen voor 1 januari 2014 fors moeten worden versoberd.

Is actie nu al noodzakelijk?

Uiteraard kan niet worden uitgesloten dat de plannen in een volgend stadium  nog worden aangepast, rekening houdende met de verkiezingen van 12 september 2012. Gezien de noodzaak tot forse bezuinigingen lijkt echter wel een trend te zijn gezet die maatgevend zal zijn voor het beleid in de komende jaren. Een ingrijpende aanpassing van de pensioenregeling, te realiseren in een relatief korte tijdspanne, lijkt het devies te worden. Wij raden u dan ook aan om nu al te inventariseren wat de plannen voor uw regeling betekenen, gezien de grote gevolgen die dit zowel voor u als voor uw werknemers zal hebben. Wij zijn graag bereid de huidige plannen in een persoonlijk gesprek nader toe te lichten en met u te bespreken wat dit kan betekenen voor de pensioenregeling van uw bedrijf.