Overig

De softwarelicentie: schending van de overeenkomst maar geen inbreuk en geen wanprestatie

447

Iedere lezer van dit blad gebruikt software. Een softwarelicentieovereenkomst bepaalt veelal dat de afnemer gerechtigd de door de leverancier ontwikkelde software te gebruiken op de voorwaarden zoals in de overeenkomst zijn bepaald. De licentievoorwaarden reguleren de relatie leverancier en afnemer. Dat de licentieovereenkomst nog al eens onderwerp vormt van geschillen bewijst de volgende casus. Een softwarelicentie is gekoppeld aan 1 server op 1 locatie. De afnemer installeert een kopie van de software ook op een test- en acceptatieserver voor comptabiliteitsonderzoek in het kader van de voorbereiding van een overstap van een Windows naar Linux omgeving. Leverancier meent dat dit een schending is van de licentieovereenkomst en vordert een schadevergoeding. De Rechtbank Amsterdam oordeelde op 29 oktober 2014 dat hoewel de afnemer in strijd heeft gehandeld met de licentievoorwaarden, dit geen wanprestatie oplevert en evenmin een auteursrechtinbreuk. Hoe kan dit? Het verweer van de afnemer dat het haar zou zijn toegestaan kopieën te maken gelet op de inhoud van de auteurswet wordt door de rechtbank gevolgd De rechtbank oordeelt dat onbetwist is gesteld dat de verveelvoudiging van de software noodzakelijk was voor het compatibel maken van de software met een nieuw door haar in gebruik te nemen besturingssysteem. Dit is volgens de rechtbank op grond van artikel 45j Aw toegestaan en kan ook niet bij overeenkomst worden verboden. Ook het betoog van de leverancier dat sprake is van wanprestatie door de afnemer omdat in de Product Schedule staat dat de software alleen in een Windows omgeving (WIN) mag worden gebruikt, wordt afgewezen door de rechtbank. De inhoud van de overeenkomst is onduidelijk en dat wordt de leverancier toegerekend. Dus: volgens de Rechtbank Amsterdam is geen sprake van een inbreuk op de auteursrechten van een softwareleverancier als de gemaakte kopieën van het rechtmatig verkregen exemplaar van de software worden gebruikt om de compatibiliteit van de software met een ander software platform te onderzoeken. Nu dergelijke handelingen niet mogen worden beperkt in een overeenkomst is die voorwaarde nietig en kan er dus ook geen sprake zijn van een schending van die (nietige) contractuele voorwaarde en dus geen sprake zijn van wanprestatie.

Ik ben van oordeel dat de rechtbank in deze casus wel erg gemakkelijk de belangen van de leverancier passeert. Aan de ontwikkeling van software gaan vaak aanzienlijke investeringen vooraf welke door de licentie worden terugverdient. Voor leveranciers bestaan technische en juridische mogelijkheden om dit te voorkomen. Een duidelijkere redactie van de Product Schedule had al geholpen. Gebruik van de SaaS constructie ook. Maar ook bij deze constructie komen juridische geschillen voor en de vraag rijst of SaaS financieel aantrekkelijker is dan de licentie op eigen server.