Overig

Pas op bestuurder: U kunt aansprakelijk zijn ook na decharge!

441

Zoals de lezers van mijn columns inmiddels weten, is het hebben van een rechtspersoon alleen onvoldoende om aansprakelijkheid van de bestuurder af te wenden. Wat zijn nu de normen voor bestuurdersaansprakelijkheid en geeft een door de AvA afgegeven decharge voldoende bescherming?

Om een bestuurder aansprakelijk te houden moet sprake zijn van een persoonlijk ernstig verwijt en voor zover een vordering niet door de vennootschap wordt geëntameerd, maar door een derde, moet door de bestuurder een specifieke zorgvuldigheidsnorm jegens de derde zijn geschonden.

Mocht u met meerdere bestuurders in het bestuur zitten dan is het oppassen geblazen. Is eenmaal vastgesteld dat sprake is van een onbehoorlijke taakvervulling dan zijn bestuurders als uitgangspunt collectief (en dus hoofdelijk) aansprakelijk, tenzij het handelen een bestuurder niet te verwijten is (mede gelet op een eventuele taakverdeling) en de bestuurder eenmaal op de hoogte van het benadelende handelen alles heeft gedaan om de gevolgen daarvan te mitigeren.

Ik hoor sommigen van u al denken, “persoonlijk ernstig verwijt” dat is een vage norm. Waar moet ik dan concreet aan denken?

De Rechtbank Midden Nederland heeft op 19 juni 2013 in de Landiszaak de norm geconcretiseerd. Het betreft hier het geruchtmakend faillissement van het beursgenoteerde Landis in 2002. Eerder al heeft de Ondernemingskamer een onderzoek gelast en daarna vastgesteld dat sprake was van wanbeleid. De rechtbank acht de bestuurders en commissarissen aansprakelijk. Het algemeen en financiële beleid behoren tot de kerntaken van het bestuur. Hieronder vallen de deugdelijke administratie en een correcte jaarrekening, maar ook bijvoorbeeld dat er op wordt gelet dat bij overnames de overnameprijs zorgvuldig wordt bepaald. De rechtbank meent dat in de Landiszaak zodanig is tekortgeschoten dat gezegd kan worden dat geen redelijk denkend bestuurder of commissaris – onder dezelfde omstandigheden – zo gehandeld zou hebben en dat er een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Ook de RvC wordt door de rechtbank aansprakelijk gehouden omdat commissarissen eerder hadden moeten ingrijpen, formele regels niet zijn nageleefd en hij niet een adequaat bestuur heeft samengesteld. Ook oordeelt de rechtbank dat de samenstelling van de RvC onevenwichtig is en dat de commissarissen door het aanvaarden van opties, en een aldus verkregen privébelang, niet meer geheel ‘onafhankelijk’ waren. Ten slotte zijn volgens de rechtbank in financieel opzicht onverantwoord groot risico’s genomen. Gelet op het een en ander oordeelt de rechtbank dat ook dechargebesluiten geen werking hebben omdat de juiste feiten en omstandigheden voor de aandeelhouders verborgen zijn gebleven toen zij decharge verleenden. Ook de toenmalige accountant van Landis is tuchtrechtelijk veroordeeld voor het geven van een goedkeurende verklaring over de jaarrekening.

Landis biedt de bestuurder handvaten voor zijn taak die in twee woorden kan worden samengevat: goed besturen!

– Iris van Rooij