Overig

Smart Industry

486

De eerste industriële revolutie begon zo rond 1750 toen de stoommachine zijn intrede deed. De tweede industriële revolutie startte rond 1860 toen staal veel sterker gemaakt kon worden, elektriciteit werd uitgevonden en de verbrandingsmotor het levenslicht zag. De derde industriële revolutie begon rond 1950, toen de elektronica opkwam. Hierdoor werd het mogelijk apparatuur te bouwen dat mensen gemakkelijker aan elkaar verbind. Denk hierbij aan de computer. Nu staan we aan de vooravond van industriële revolutie 4.0, ook wel genoemd ‘internet of things’, of Smart Industry. Hiermee bedoelen we dat steeds meer apparaten, fabrieken en productieprocessen met elkaar ‘praten’ via het internet. Dit maakt het mogelijk om verzamelde (real-time) data in het ene proces in te zetten ten behoeve van het andere proces. Dat dit nu in een stroomversnelling komt, wordt veroorzaakt doordat sensoren steeds kleiner, vernuftiger en goedkoper worden.

Voorbeeld: Bij een bakker staat een silo met meel. Als deze silo bijna leeg is, stuurt de silo een bericht naar de leverancier ‘vul mij a.u.b.’ In het verleden moest een medewerker dit organiseren. Doordat de silo dit nu automatisch doet, wordt mankracht bespaard, worden faalkansen verkleind en wordt er bespaard op voorraadkosten. Doordat het proces van de bakker bekend is in de silo, zal de voorraad in de silo niet te groot worden aangelegd. Faalkansen zijn bijna niet meer mogelijk, omdat het systeem niet kan ‘vergeten’ de meelsilo te vullen. Ook controleert de silo of het aangeleverde meel voldoet aan de vooraf opgegeven criteria, zodat het bakproces goed blijft verlopen en de voedselveiligheid niet in het geding komt. Door verdergaand te automatiseren, verkleint de bakker faalkansen en bespaart hij tijd en geld. Bovenstaande kan natuurlijk sterk uitgebreid worden in de keten. Denk aan een chip in de verpakking van het brood, waarin opgeslagen wordt wanneer het brood de winkel verlaat. Of aan de voorkant van de keten waarin men vastlegt in welke lijn het meel geproduceerd is, onder welke luchtvochtigheid en bij welke temperatuur. Als later blijkt dat er iets niet goed gegaan is, kan in de keten onderzocht worden wat de oorzaak geweest is. Met deze informatie kan de organisatie leren om in de toekomst deze fouten proberen te voorkomen. Zo wordt het productieproces kwalitatief beter en draagt het systeem bij aan een lerende organisatie.

Bij het verzamelen van deze ‘Big’ data is het belangrijk zorgvuldig met deze data om te gaan.

Machinebouw, elektrotechnische industrie, besturingstechniek en de IT-sector hebben nu al volop te maken met Smart Industry. Maar in de nabije toekomst krijgen ook de (afval)-watersector, energiesector, industriële dienstverlening en de logistieke sector hiermee te maken. Industrie 4.0 zal deze sectoren steeds meer via het internet aan elkaar verbinden. En ook binnen de consumentenmarkt zal er steeds meer data verzameld worden. Een voorbeeld hiervan is de slimme koelkast.

Als u met uw machines of processen gebruik wilt gaan maken van bovengenoemde is het vaak niet noodzakelijk een vast omlijnd plan te maken voor een gehele fabriek. Begin gewoon praktisch en klein met een paar sensoren en kijk wat de mogelijkheden zijn. Op basis van deze ervaring kunt u dan doorbouwen. Belangrijk hierbij is dat partijen in de keten waarin u zich bevindt samen willen werken. Alleen dat garandeert succes!

De Nederlandse overheid ondersteunt en stimuleert bovenstaande ontwikkeling om meer werkgelegenheid te creëren en te behouden in de maakindustrie en daarnaast aansluiting te behouden bij de internationale markt, zie http://pageflippublisher.nl/2014/raymakersontwerp/smartindustry/#4

– Arie Verhoeven