Overig

Verreken u niet rijk!

632

U werkt voor een klant en stuurt daarvoor een factuur. De betalingstermijn verstrijkt, maar betaling blijft uit. U vraagt de klant waar de betaling blijft.

Uw klant vertelt u dat hij het factuurbedrag niet overmaakt. Volgens hem heeft u schade veroorzaakt en moet u die vergoeden. ‘Toevallig’ is de schade precies gelijk aan het factuurbedrag. U laat de klant weten dat u geen schadevergoeding gaat betalen. De klant beroept zich vervolgens op ‘verrekening’: hij trekt het schadebedrag af van het factuurbedrag. Onder aan de streep komt er bij u dus geen geld binnen.

Verrekening mag wanneer twee partijen een geldvordering op elkaar hebben.
Maar als één van de twee geldvorderingen ter discussie staat, zoals in dit geval, is verrekening onwenselijk. Zolang uw klant bij zijn standpunt blijft, blijft uw factuur namelijk onbetaald. U moet zelf naar de rechter stappen om een oordeel te vragen over de schadeclaim van uw klant.
U kunt afspreken dat verrekening niet is toegestaan. Dit staat ook vaak in de algemene voorwaarden. Als dit is afgesproken, moet de klant het factuurbedrag gewoon overmaken. Hij moet dan zelf een procedure starten voor zijn tegenvordering.

 

Gelukkig heeft u ook zo’n verrekeningsverbod in uw algemene voorwaarden staan. U wijst uw klant op dit verbod en u stuurt een laatste betalingsherinnering.

De klant betaalt nog steeds niet. U start een incassoprocedure bij de rechter. Uw klant stelt dat hij pas betaalt als u de schadevergoeding betaald heeft. Dit heet juridisch ‘opschorting’.
Opschorting is een wettelijk recht van een partij om zijn eigen verplichting (meestal betaling) uit te stellen als zijn wederpartij zijn verplichting niet nakomt.
Tot voor kort kon u erop rekenen dat de rechter dit verweer direct afwijst. De opvatting was dat opschorting niet mogelijk is bij een verrekeningsverbod. De klant zou geen belang hebben bij opschorting, omdat hij zijn tegenvordering toch niet mag verrekenen.

In een uitspraak van 31 oktober 2014 heeft de Hoge Raad echter beslist dat een verrekeningsverbod in beginsel niet in de weg staat aan een beroep op opschorting. Ons hoogste rechtscollege oordeelde dat niet valt in te zien waarom de klant zijn betalingsverplichting niet zou mogen opschorten in afwachting van de betaling van zijn schadevergoeding. Opschorting heeft volgens de Hoge Raad nu juist tot doel om druk uit te oefenen op de tegenpartij, in dit geval om de schade daadwerkelijk te vergoeden.

Gelet op deze recente uitspraak moet u er rekening mee houden dat de rechter uw klant toestaat zijn betalingsverplichting uit te stellen, totdat blijkt dat de schadeclaim van uw klant onterecht is. Dit kan een lange en kostbare procedure zijn.

Voor de toekomst kunt u proberen te voorkomen dat uw klanten dit drukmiddel inzetten, door in uw algemene voorwaarden niet alleen een verrekeningsverbod op te nemen, maar ook een verbod op opschorting. Daarmee verschaft u zichzelf in de meeste gevallen een sterkere positie ten opzichte van uw klanten.

Als ook u uw voorwaarden ‘up-to-date’ wilt maken, neem dan contact op met ons op.

Linda van der Wijngaart