Overig

Wijzigingen met betrekking tot het concurrentiebeding

438

Zoals u wellicht heeft meegekregen doen zich binnen het arbeidsrecht binnenkort de nodige veranderingen voor die zijn opgenomen in de Wet Werk en Zekerheid (WWZ). Een groot aantal wijzigingen zal per 1 juli 2015 ingaan, maar reeds per 1 januari a.s. wijzigt onder andere de regelgeving omtrent het opnemen van een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Hieronder zullen de belangrijkste aandachtspunten daaromtrent worden besproken.

Per 1 januari 2015 is een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd alleen geldig als de werkgever daarvoor een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang heeft en in de arbeidsovereenkomst wordt benoemd wat dat zwaarwegende belang concreet inhoudt. Een dergelijke toelichting op het belang van het concurrentiebeding is nu nog niet verplicht.

Het concurrentiebeding zal aan bovenstaande voorwaarde moeten voldoen, zowel op het moment waarop het is overeengekomen, als op het moment waarop de werkgever daarop een beroep doet. De consequentie van het niet voldoen aan de nieuwe wetgeving is ingrijpend. Zo is een concurrentiebeding in een tijdelijk arbeidscontract zonder motivering niet geldig. Als het concurrentiebeding wel gemotiveerd is, maar de rechter het beding niet noodzakelijk acht met het oog op de door de werkgever vermelde belangen, dan kan de rechter het beding in zijn geheel vernietigen.

Concurrentiebedingen die zijn opgenomen in lopende tijdelijke contracten blijven overigens geldig voor de resterende duur van dat contract, ook al eindigt de looptijd na 1 januari 2015. Voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die worden gesloten (dat wil zeggen: ondertekend) vóór 1 januari 2015, maar ingaan na 1 januari 2015 geldt de nieuwe wetgeving ook nog niet. Verder geldt de verplichting niet voor arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd.

Aangezien het om zeer nieuwe wetgeving gaat, is er nog geen rechtspraak over wat precies onder zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen moet worden verstaan. De regering wil daar geen algemene uitspraak over doen. Wel is opgemerkt dat het bijvoorbeeld kan gaan om de bescherming van heel specifieke kennis of bedrijfsinformatie. In recent verschenen artikelen wordt aangegeven dat van een zwaarwegend belang sprake zal zijn wanneer een werknemer een hoge en/of commerciële functie bekleedt en daardoor beschikt over essentiële bedrijfsgegevens. Daarbij kan worden gedacht aan directeuren of aan werknemers die beschikken over belangrijke strategische kennis, zoals bijvoorbeeld account- of salesmanagers. Het belang zal echter van geval tot geval moeten worden beoordeeld en gemotiveerd.

Hoewel bij de totstandkoming van de WWZ niet expliciet is gesproken over het relatiebeding, lijkt bovengenoemde wetgeving ook te gelden voor een dergelijk beding, al is het maar omdat dit beding op grond van de rechtspraak als een vorm van het concurrentiebeding wordt beschouwd. Het advies is dus om ook het bedrijfsbelang bij een relatiebeding goed te motiveren.

Wij raden aan om na 1 januari a.s. per individuele werknemer die u in dienst wilt nemen in kaart te brengen welk belang u beoogt te beschermen met een eventueel concurrentiebeding en dit zo duidelijk mogelijk te verwoorden in het bepaalde tijdscontract. Om discussie over de geldigheid van het concurrentiebeding te voorkomen zou u uiteraard ook een onbepaalde tijdscontract kunnen aanbieden, waarvoor de eis dat het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst gemotiveerd moet worden als gezegd niet geldt.

– Michiel Leenhouts