Overig

Bedrijfsbeëindiging in de binnenvaart

698

Ondernemers krijgen bij het beëindigen van hun bedrijf te maken met vragen zoals: ‘Kunnen schuldeisers zich direct op mij verhalen?’ ‘Wat moet ik doen als mijn kind de zaak wil overnemen?’ Of: ‘Wat gebeurt er als ik geen opvolger kan vinden en ik mijn onderneming moet staken?’

Het gewicht dat een ondernemer aan deze vragen toekent, is bepalend voor de rechtsvorm die wordt gekozen: Blijft uw onderneming een eenmanszaak of is een BV een beter idee? In dit artikel gaan wij in op de rechtsvorm waarin de onderneming gedreven wordt en dan vooral op de fiscale aspecten van twee belangrijke rechtsvormen: de eenmanszaak en de BV. De rechtsvorm is ook fiscaal zeer relevant. Het bepaalt de tarieven en geeft regelingen voor de grondslag, de winst waarover uiteindelijk belasting wordt geheven.

Verschillen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting
Een BV betaalt nooit meer dan 25% vennootschapsbelasting over haar winst. Bij een eenmanszaak kan het tarief oplopen tot 52% inkomstenbelasting. Ondanks dit grote tariefverschil kan een ondernemer er toch goed aan doen een eenmanszaak te drijven. Enerzijds komt dat door de berekening van de grondslag: een eenmanszaak kent allerlei aftrekposten die de fiscale winst aanzienlijk kunnen verlagen. Een BV kent veel van deze regelingen niet. Anderzijds heeft de DGA van een BV te maken met de gebruikelijk-loonregeling, en is er dividend- en inkomstenbelasting verschuldigd bij winstuitkering.

Uit bovenstaande berekeningen blijkt dat het voor Erik voordeliger is om zijn onderneming in een eenmanszaak te drijven, met de volgende kanttekeningen. In dit voorbeeld ontvangt Erik een loon van € 50.000. In de praktijk kan dit gebruikelijk loon ook lager liggen, maar het zal zelden lager dan € 42.000 zijn.

Bovendien is Erik niet verplicht om zijn resterende winst jaarlijks als dividend uit te keren. In het geval dat geen uitkering plaatsvindt, scheelt dat € 10.000 aan belasting. Per saldo is dan de BV als rechtsvorm fiscaal voordeliger.

Veranderen van rechtsvorm
Omdat de winsten van zijn onderneming nooit meer dan € 100.000 bedroegen, was het voordeliger voor Erik om zijn onderneming in een eenmanszaak te drijven. Erik is inmiddels zestig jaar, en wil, mede door allerlei lichamelijke ongemakken, zijn eenmanszaak staken. Dit heeft ook fiscaal gezien grote gevolgen: er moet door Erik worden afgerekend over de stille en fiscale reserves die aanwezig zijn in zijn onderneming.

Eriks schip heeft een handelswaarde van € 3.000.000. In de afgelopen jaren hebben afschrijvingen plaatsgevonden, waardoor het schip voor € 1.000.000 op de balans staat. Stel dat Erik geen winst behaalt in het stakingsjaar en geen fiscale of andere stille reserves heeft. Bij staking van de onderneming ontstaat dan een winst van € 2.000.000. Aangezien Erik een eenmanszaak heeft, moet hij hierover circa € 905.000 inkomstenbelasting betalen!

In het voorbeeld van Erik had De Graaf + Plaisier ervoor kunnen zorgen dat te betalen belasting aanzienlijk was verminderd door op tijd de eenmanszaak om te zetten in een BV. Hoe hoger de winst, hoe voordeliger het wordt om dit te doen, is de algemene regel.

Hoewel bij zo’n omzetting in principe ook al afgerekend moet worden, mag dit afrekenmoment worden uitgesteld. Hieraan zijn wel eisen verbonden zoals het voortzettingscriterium. Kort gezegd betekent dit dat de onderneming binnen de BV niet binnen drie jaar na omzetting mag worden gestaakt. Als dit wel gebeurt, dan moet alsnog de inkomstenbelastingclaim worden voldaan.

Oog voor toekomst
Had Erik op zijn zestigste willen stoppen, dan was het verstandiger geweest om minstens drie jaar eerder zijn onderneming om te zetten. Als Erik na die drie jaar zijn BV had opgeheven, had hij daarmee minimaal € 40.000 belasting bespaard. Hij was dan € 490.000 vennootschapsbelasting en circa € 375.000 inkomstenbelasting verschuldigd geweest.

Erik had er ook voor kunnen kiezen om na drie jaar alleen het schip met de stille reserve te verkopen en de BV in stand te houden. In dat geval hoefde hij slechts de vennootschapsbelasting af te dragen. De winst na aftrek van belasting ad € 1.510.000 had hij in de BV kunnen houden en hij had de ontvangen rente als dividend aan zichzelf kunnen uitkeren. Alle dividenduitkeringen zijn uiteraard wel voor 25% belast in de inkomstenbelasting.

Naast het fiscale voordeel kent een BV ook een praktisch voordeel. Stel dat Erik zijn onderneming aan zijn zoons had willen verkopen. Dan is de verkoop van aandelen een veel eenvoudiger traject dan de verkoop van een onderneming in de vorm van een eenmanszaak.

De uitkomst van bovenstaand voorbeeld betekent niet dat een BV altijd het voordeligst is. Het illustreert vooral het belang van een goede planning. Iedere ondernemer heeft immers zijn eigen balansverhoudingen, en nog belangrijker: zijn eigen wensen. Uw zorg is uw wensen op tijd kenbaar te maken. Onze zorg is aan uw wensen te voldoen. En dat fiscaal zo voordelig mogelijk!

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door De Graaf + Plaisier accountants en belastingadviseurs