Overig

Bestuurder bij een ‘goed doel’ is meer dan een erebaantje

534

Als bestuurder van een stichting of vereniging staat u voor de mooie uitdaging om met de beschikbare middelen de doelstellingen te behalen. Dat alles in een tijd waarin u als bestuurder verhoogde risico’s loopt, te maken heeft met verscherpte regelgeving en er vanuit de maatschappij vaak hoge verwachtingen zijn. Hoe beweegt u als bestuurder in dat speelveld?

Soorten instellingen
Vanaf 1 januari 2010 geldt in Nederland een sterk aangepaste Successiewet. Deze wet regelt onder meer de schenk- en erfbelasting. Een aanpassing is dat de wet stichtingen en verenigingen indeelt in één van de volgende drie categorieën:

  1. De stichting of vereniging is een ANBI (algemeen nut beogende instelling), of
  1. De stichting of vereniging is een SBBI (sociaal belang behartigende instelling), of
  1. De stichting of vereniging is een APV (afgezonderd particulier vermogen).

Het blijkt dat over deze driedeling veel misverstanden bestaan in de praktijk. Besturen van vooral stichtingen vragen zich af of er voor hun stichting nog een andere kwalificatie mogelijk is. Het antwoord is even kort als duidelijk: ‘nee’.

Fiscale transparantie
Zodra de stichting door de Belastingdienst is aangemerkt als een zogenoemde ANBI, zijn giften aan een dergelijke instelling aftrekbaar voor de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting. Ze leiden dan bij de instelling niet tot heffing van schenk- of erfbelasting.

De SBBI kwalificatie wordt gegeven op verzoek van de instelling in de aangifte waarin zij melding maakt van een verkrijging om niet. Bij inwilliging van het verzoek is de instelling (alleen) voor de gemelde verkrijging vrijgesteld van schenk- of erfbelasting. Gewone giften aan een dergelijke instelling zijn niet aftrekbaar voor de inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting.

Alle stichtingen die niet kwalificeren als ANBI of SBBI moeten dus als APV worden aangemerkt. Het vermogen en inkomen van deze stichting wordt dan altijd toegerekend aan één of meerdere natuurlijke personen of rechtspersonen. Door deze transparantstelling wordt ‘het zich fiscaal verschuilen’ achter een stichting tenietgedaan.

Complexiteit omgeving
De aangepaste Successiewet is slechts een van de vele voorbeelden van verscherpte regelgeving. De recent ingevoerde publicatieplicht is een ander belangrijk voorbeeld.

Daarnaast heeft u als bestuurder te maken met maatschappelijke verwachtingspatronen: bent u wel transparant over de beloning van bestuurders?

Komen de middelen wel op de juiste plaats aan? De gevolgen voor u als bestuurder.
Deze ontwikkelingen stellen hoge eisen aan de bestuurders van stichtingen en haar organisatie.

Immers, vaak gaan die extra eisen gepaard met hoge kosten. In een tijd waarin het rendement op beleggingen zwaar onder druk staat, gaat dit mogelijk ten koste van de beschikbare middelen voor realisatie van de doelstellingen.

Om het hoofd te kunnen bieden aan dit krachtenveld is een goede organisatie nodig: transparant en efficiënt georganiseerd. Die moet u als bestuurder in staat stellen om te voldoen aan wet- en regelgeving, adequaat te reageren op verslag- gevingseisen en om in de dagelijkse praktijk een vinger aan de pols te houden. Daarvoor zijn inmiddels goede geautomatiseerde systemen beschikbaar. Die kunnen er bovendien voor zorgen dat de geïnvesteerde tijd binnen de perken blijft. Want, het besturen van een ‘goede doelen- stichting’ is al lang geen erebaantje meer, maar mag best nog een beetje leuk blijven!

Wilt u meer weten, neem dan eens contact met mij op!

 – Erik Baas