Overig

Bestuurlijke samenwerking: één gemeenschappelijk doel

703

De regio Drechtsteden is een belangrijke economische factor in Nederland. Op bestuurlijk niveau mag de regio zich een ‘buitenbeentje’ noemen. Zo kijkt de buitenwacht met belangstelling hoe de zes gemeenten – die samen de Drechtsteden vormen – als één geheel opereren. Voor dit zakenmagazine aanleiding om te vragen hoe de ‘bestuurlijke samenwerking’ tussen bestuurders en ondernemers verloopt.

Aanspreekbaar
Vier jaar geleden gaf Werkgevers Drechtsteden voor de eerste maal een boekje uit met tien speerpunten. Het doel was om de lokale overheden te overtuigen om de belangen van het bedrijfsleven niet uit het oog te verliezen. Veel regionale politici zagen het toen als kritiek op hun beleid. Onlangs werd wederom een negen speerpuntenboekje uitgegeven door de regionale werkgevers. Voorzitter Teun Muller van WD: “Vanwege de komende gemeenteraadsverkiezingen willen we onze speerpunten opnieuw onder de aandacht brengen bij de politici, zodat zij ook nu weer rekening kunnen houden met de wensen van het bedrijfsleven bij het opstellen van de verschillende verkiezingsprogramma’s.” Dit keer is het speerpuntenboekje beter gevallen bij de bestuurders. Muller geeft aan dat de verhoudingen tegenwoordig sowieso beter en transparanter zijn met de regionale overheden. “Bestuurders zijn voor ons beter bereikbaar en aanspreekbaar. Het bedrijfsleven heeft nu eenmaal geen stemrecht en daarom is het goed dat de politiek beseft wat voor wensen er bij ondernemers leven. Daarnaast is het belangrijk om als één front naar buiten te treden. Door elkaar al in een vroegtijdig stadium te informeren en samen op te trekken zijn er inmiddels al successen geboekt.” Algemeen directeur Drechtsteden Marcel van Bijnen beaamt dit. “Door onder andere samen op te trekken met het bedrijfsleven bereiken wij als regio meer, ook in Den Haag. De afgelopen tijd is er al flink winst geboekt door de samenwerking in groter verband. Daar zijn we blij mee. Er zijn inmidels diverse projecten opgepakt met het bedrijfsleven, zoals de problematiek rond de A16 met de N3. Daar zit nu behoorlijk schot in. Bovendien is hieruit voortgekomen dat er in maart overleg met Rijkswaterstaat staat gepland over de aanpak van de A15. Daar zoeken we ook naar oplossingen voor dagelijks stilstaande verkeer.”

Eén loket
Ook Hans Tanis – wethouder in Sliedrecht – is ervan overtuigd dat de bestuurlijke samenwerking met het bedrijfsleven alleen maar zal toenemen. “We weten elkaar steeds beter te vinden en het vertrouwen groeit. We vinden elkaar op diverse fronten. Zo zijn er initiatieven ontplooid om meer jongeren te interesseren voor technisch onderwijs. Het is van groot belang dat we er gezamenlijk naar streven om zoveel mogelijk leerlingen al in het basisonderwijs te interesseren voor techniek. Voldoende technisch personeel is van cruciaal belang voor de regio.”

De bestuurlijke samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven blijkt overigens al een tijdje geen regionale aangelegenheid meer te zijn. De drie O’s bestaande uit overheid, ondernemers en onderwijs, voeren regelmatig overleg in breder verband. Het is zaak om bijvoorbeeld wat betreft de ROM-Zuidvleugel, tegenwoordig InnovationQuarter, verder te kijken dan alleen de regiogrenzen. Ondanks de verschillende successen die er al geboekt zijn, geeft Tanis toe dat er ook nog voldoende punten zijn waarbij de samenwerking hechter kan. Bedrijfshuisvesting is zo’n punt. Bedrijven die zich binnen de Drechtsteden willen vestigen, hebben nu nog te maken met de verschillende gemeenten. Burgemeester Dominic Schrijer van Zwijndrecht zegt hierover: “Het zou veel overzichtelijker en efficienter zijn als dergelijke bedrijven, maar ook de al gevestigde bedrijven te maken hebben met één loket. Maak de koek groter en benut ons gehele gebied, dat schept veel meer mogelijkheden.” Teun Muller merkt hierover op dat ondernemers minder geneigd zijn naar gemeentegrenzen te kijken.”

Tanis vult daarbij aan: “We moeten durven denken vanuit regionaal perspectief en dat lukt nog niet altijd. Gemeenteraadsleden zitten natuurlijk deels voor de belangen van hun eigen gemeente en dat botst weleens aan de regionale politieke tafel. Als een bedrijf zich in een andere gemeente wil vestigen, is dat een kwestie van elkaar wat gunnen en dat lukt gelukkig steeds beter.” De Sliedrechtse wethouder is ervan overtuigd dat als alle partijen intensiever samenwerken dit de aantrekkingskracht van de regio enorm vergroot.

Economie-agenda
Om de belangen van het bedrijfsleven goed te kunnen behartigen, is het voor de bestuurders van belang om met een zo’n groot mogelijke groep ondernemers contact te hebben. Dat blijkt niet altijd even eenvoudig te zijn, merkt Van Bijnen op. “Het mooiste zou zijn als ondernemersverenigingen en winkeliersverenigingen zich nog meer verenigen.” Volgens Teun Muller is dit een lastige opgave. “Retailers hebben andere belangen. Binnen de federatie van ondernemersverenigingen is dit punt wel aan de orde geweest, maar jammer genoeg hebben we geen gemeenschappelijke doelen.” Schrijer is ook van mening dat de retailers zich op andere zaken richten. “Zij houden zich veel meer bezig met puur lokale aangelegenheden. Toen ik wethouder was in Rotterdam werkten we met een top vijf van dagelijkse ergernissen, die we gezamenlijk probeerden weg te werken.” Tanis denkt dat er een nog grotere uitdaging ligt, namelijk het bereiken van de kleinere MKB-bedrijven: “We praten over een grote groep bedrijven die we onvoldoende kennen en vaak nog niet weten wat er zich afspeelt.” Muller: “Ondernemers moeten zich er beter van bewust zijn dat ze een vuist kunnen maken door zich te verenigen. Bijvoorbeeld via een brancheorganisatie kunnen zij zich gemakkelijker aansluiten bij het groter geheel. Met elkaar is het bijvoorbeeld ook gemakkelijker om subsidies en andere zaken bij de overheid los krijgen. De bereidheid tot investeren wordt groter.” Schrijer pleit daarbij voor een gezamenlijke economie-agenda. De Zwijndrechtse burgemeester denkt dat er meer bedrijven aanhaken als er één agenda is met gezamenlijke doelstellingen voor de Drechtsteden. “Door tien actiepunten op deze agenda te zetten, maak je het voor de ondernemers concreter. Valt er een actiepunt af omdat de doelen bereikt zijn, voeg je er een nieuw actiepunt aan toe zodat er altijd tien punten op de economie-agenda staan. De Drechtsteden verdienen het om samen te werken aan een kansrijke toekomst. Wij zijn een innovatieve en sterke regio, vooral op maritiem gebied.” De drie andere heren knikken daarbij instemmend. “Op veel plekken in de wereld werkt men met producten en diensten uit deze regio. Dit gebeurt door bedrijven die hier hun roots hebben en geroemd worden vanwege hun kwaliteiten,” stelt Van Bijnen. Wethouder Tanis besluit: “We hebben één gemeenschappelijk doel, een zo sterk mogelijke regio. Wij zitten zo niet in elkaar, maar als je ziet wat we hier presteren, hebben we genoeg redenen om trots te zijn.”