Overig

Gevolgen Wet Werk en Zekerheid (WWZ) voor de statutair bestuurder

491

Sinds 1 januari 2015 is de WWZ gedeeltelijk van kracht en per 1 juli a.s. zullen de overige wetswijzigingen in werking treden. In deze wet wordt onder andere een verbetering van de rechtspositie van zogenoemde flexwerkers en een hervorming van het ontslagrecht doorgevoerd. Hierna wordt ingegaan op de specifieke gevolgen van de WWZ voor een statutair bestuurder met een arbeidsovereenkomst.

Voor wat betreft de wijzigingen die per 1 januari jl. zijn doorgevoerd, ten aanzien van de aanzegtermijn, de proeftijd en het concurrentiebeding in arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, gelden geen uitzonderingen voor statutair bestuurders. Zo dient ook bij een tijdelijk contract van een statutair bestuurder een maand voor de einddatum schriftelijk te worden aangezegd.

Per 1 juli a.s. wordt de ketenregeling beperkter en zal er eerder een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan. Werknemers hebben niet zoals nu na drie jaar, maar al na twee jaar aanspraak op een vast contract. Er kan nog wel twee keer worden verlengd. De tussenpoos waarbinnen contracten als opeenvolgend worden gezien, wordt verlengd van drie naar zes maanden. Voor de statutair bestuurder geldt echter een uitzondering. Er kan namelijk ten nadele van de bestuurder van een rechtspersoon worden afgeweken van de maximale periode van twee jaar. Dit betekent dat de periode waarin contracten voor bepaalde tijd elkaar opvolgen onbeperkt in de tijd kan worden verlengd. Het maximum van drie contracten voor bepaalde tijd blijft wel van toepassing. Het is dus mogelijk om bijvoorbeeld driemaal een contract voor vijf jaar te sluiten, waarbij nog steeds geen sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Verder gelden vooral op het gebied van de (ontslag)bescherming voor de statutair bestuurder met een arbeidsovereenkomst enkele uitzonderingen. Opzegging door de werkgever is alleen mogelijk indien er een redelijke grond aanwezig is en herplaatsing binnen een redelijke termijn in een andere passende functie niet mogelijk is. Voor de statutair bestuurder geldt daarop geen uitzondering. De uitzondering op de preventieve ontslagtoets blijft wel voor statutair bestuurders gelden, dus de arbeidsovereenkomst kan zonder tussenkomst van het UWV of de rechter worden opgezegd.

Veroordeling tot herstel van de arbeidsovereenkomst tussen vennootschap en bestuurder kan door de rechter niet worden uitgesproken. De bestuurder kan wel een schadevergoeding vorderen wegens onregelmatigheid van de opzegging. Ook kan hij een verzoek indienen voor een billijke vergoeding als de opzegging een redelijke grond mist of het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Gelet op de eisen die aan de redelijke grond voor opzegging worden gesteld, lijkt het erop dat deze nieuwe wetsbepaling de bestuurders meer ruimte biedt dan de huidige kennelijk onredelijk ontslagprocedure. De rechtspraak zal echter moeten uitmaken in hoeverre de ontslagbescherming van de bestuurder daadwerkelijk is vergroot.

De statutair bestuurder, behoudens de bestuurder van een beursfonds, maakt ook aanspraak op de nieuwe transitievergoeding. De statutair bestuurder kan zich in geval van instemming met opzegging of beëindiging met wederzijds goedvinden in tegenstelling tot de ‘reguliere’ werknemer niet bedenken. Al met al brengt de WWZ geen enorme wijzigingen voor de rechtspositie van statutair bestuurders met een arbeidsovereenkomst met zich. Wel bestaat meer flexibiliteit voor statutair bestuurders wat betreft de ketenregeling. Daarnaast kunnen statutair bestuurders straks een billijke vergoeding claimen indien een redelijke ontslaggrond ontbreekt. Of dit in de praktijk tot succes zal leiden, is nog maar de vraag.