Overig

Informatieplicht uit eigen beweging

696

Vanaf 1 januari 2012 is in art. 10a AWR een actieve informatieverplichting voor belastingplichtigen en inhoudingsplichtigen opgenomen. Bij gebleken onjuistheden of onvolledigheden in de voor de belastingheffing van belang zijnde gegevens en inlichtingen dient de Belastingdienst uit eigen beweging door de belastingplichtige of inhoudingsplichtige te worden geïnformeerd.

Voor de Belastingdienst is tijdige en juiste informatie cruciaal om een goede belastingheffing te kunnen waarborgen. Daarom was al wettelijk bepaald dat eenieder ‘desgevraagd’ gegevens en inlichtingen aan de fiscus moet verstrekken die voor de belastingheffing van belang kunnen zijn (art. 47 AWR). Ook boeken, bescheiden en andere gegevensdragers dienen voor dit doel desgevraagd ter beschikking te worden gesteld. Het initiatief hiervoor ligt dus bij de fiscus, die van deze bevoegdheid gebruik maakt door bijvoorbeeld het sturen van de bekende vragenbrieven en het instellen van boekenonderzoeken.

Belastingplichtigen en inhoudingsplichtigen zijn sinds 1 januari 2012 in vier situaties verplicht om uit eigen beweging zelf ontdekte onjuistheden en onvolledigheden in voor de belastingheffing relevante gegevens aan de Belastingdienst te melden. Aan het niet nakomen van deze verplichting kan een vergrijpboete worden gekoppeld van maximaal 100% van de door dit verzuim niet of te weinig geheven belasting.

Vooralsnog gaat het om een viertal situaties waarin de fiscus spontaan moet worden geïnformeerd:

  • Intrekken melding ‘verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ door de ondernemer voordat met de bestelauto voor privédoeleinden wordt gereden;
  • Intrekken melding ‘verklaring uitsluitend zakelijk gebruik (bestel)auto’ door de werknemer en mededeling door de inhoudingsplichtige van het ten onrechte niet intrekken van een dergelijke verklaring door de werknemer;
  • Onjuiste of onvolledige aangiften erfbelasting in buitenlandsituaties (de zogeheten Edelweiss-route);
  • Suppletieaangiften omzetbelasting.

In de wet zelf wordt niet geregeld wanneer de informatieplicht geldt en wat als een beboetbaar feit wordt aangemerkt. Daarvoor wordt verwezen naar een afzonderlijk besluit dat de Staatssecretaris van Financiën naar eigen inzicht kan wijzigen zonder dat daarvoor instemming van het parlement vereist is. Het pijnpunt is dat de Staatssecretaris van Financiën hiermee zichzelf in feite een ongeclausuleerde delegatiebevoegdheid toe-eigent om de informatieplicht in de toekomst naar eigen inzicht verder uit te breiden.

Het niet nakomen van de informatieverplichting is strafbaar gesteld. Dit zou kunnen leiden tot een dubbele vergrijpboete wegens het niet nakomen van de informatieverplichting en het onjuist doen van (bijvoorbeeld) een maandaangifte omzetbelasting. In het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst is weliswaar vastgelegd dat deze twee boetes naast elkaar kunnen worden opgelegd, maar de gezamenlijke hoogte van de twee vergrijpboetes gaat de wettelijke maximumboete voor de hoogst beboetbare van beide gedragingen niet te boven.

Overigens wordt er geen vergrijpboete opgelegd voor het niet nakomen van de informatieverplichting voor de omzetbelasting, ingeval sprake is van een negatieve suppletie c.q. een terug te vragen bedrag aan omzetbelasting.

Eenieder heeft belang bij een solide en eerlijke belastingheffing. Daardoor lijkt er op zich niets mis met de nieuwe regeling. Het (dubbele) boeterisico is echter niet onaanzienlijk waardoor het extra zorg is kennis te nemen van deze nieuwe, actieve informatieverplichting. Neem bij twijfel of vragen gerust contact op met de Tax Controversy Management Group.