Overig

Weigeren passende arbeid te verrichten: volledige of gedeeltelijke loonstop?

473

Als een werknemer arbeidsongeschikt is, moeten zowel de werkgever als de werknemer zich zoveel mogelijk inspannen om de werknemer te re-integreren. Maar wat nu als de werknemer passende arbeid kan verrichten, maar hij dit weigert?

Artikel 7:629 lid 3 sub c BW bepaalt dat een werknemer geen recht heeft op loondoorbetaling bij ziekte ‘voor de tijd, gedurende welke hij, hoewel hij daartoe in staat is, zonder deugdelijke grond passende arbeid voor de werkgever of voor een door de werkgever aangewezen derde, waartoe de werkgever hem in de gelegenheid stelt, niet verricht.’

De werkgever mag op grond van dit artikel een loonstop toepassen om de werknemer ertoe te bewegen alsnog passende arbeid te gaan verrichten. Maar mag deze loonstop toegepast worden over het volledige loon of slechts over de uren die de werknemer zou moeten werken?

Uit de rechtspraak kan worden opgemaakt dat rechters verschillend oordelen over de vraag of bij het niet verrichten van re-integratiearbeid het loon geheel of gedeeltelijk mag worden stopgezet.

Medio 2013 heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden geoordeeld dat het volledige loon stop gezet mocht worden. Zij verwees onder meer naar de bewoording van de wet en overwoog daarbij dat als slechts het loon stopgezet zou mogen worden over de re-integratie uren die niet gewerkt worden, het artikel overbodig zou zijn. Dan zou immers artikel 7:627 BW gelden, te weten: ‘geen arbeid, geen loon’. Daarnaast is er volgens het Hof nauwelijks een sanctieprikkel om te gaan werken als slechts een deel van het loon wordt gestopt.

Het Hof Amsterdam heeft echter in 2005 geoordeeld dat als een werknemer niet meewerkt aan zijn re-integratie, de werkgever slechts het loon stop mag zetten over de uren dat hij die re-integratie werkzaamheden zonder deugdelijke grond niet verricht. Het overige loon dient uitbetaald te worden.

In november 2013 heeft het Hof Amsterdam (in een andere zaak) wederom geoordeeld dat de loonsanctie niet het gehele loon treft maar slechts betrekking kan hebben op die uren gedurende welke de werknemer, hoewel daartoe in staat, zonder deugdelijke grond geen passende arbeid heeft verricht.

De kantonrechter te Utrecht diende in december 2013 antwoord te geven op de vraag of het loon volledig of gedeeltelijk stopgezet dient te worden bij het niet verrichten van re-integratie arbeid. Een werknemer was met zijn werkgever overeengekomen dat hij in drie stappen (uitbereiding van uren) zou re-integreren. De werknemer werkte op enig moment niet meer mee aan deze re-integratie en de werkgever zette het volledige loon stop. De werknemer stelde vervolgens een loonvordering in en stelde zich op het standpunt dat de loonstop zich slechts mocht uitstrekken over de re-integratie uren die hij niet werkte.

De kantonrechter kon, gelet op voornoemde rechtspraak, geen eenduidig antwoord geven op deze vraag en heeft zodoende prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad.

Het is nu wachten op het antwoord van de Hoge Raad. Mijn verwachting is dat de Hoge Raad grotendeels zal aansluiten bij het oordeel en de overwegingen van het Hof Arnhem-Leeuwarden. Het arrest van de Hoge Raad wordt binnenkort verwacht. Ik adviseer u dan ook onze nieuwsbrieven (via onze website) goed in de gaten te houden.

– Albert Kluwen